Een diagnose voor het probleem dat L&D'ers steeds vaker delen, plus vier principes om hem te doorbreken.

bereikbaarheidsparadox

"We zoeken een auteurstool die meer kan dan de standaard die ons LMS meelevert. Onze medewerkers zijn jong én ervaren, digitaal vaardig én minder digitaal vaardig, en ze leren allemaal anders. Hoe maken we content die iedereen écht bereikt?"

Deze vraag van een Adviseur leren & ontwikkeling kregen wij recent. Eerlijk: we krijgen dit soort vragen steeds vaker. En de vraag onder de vraag is bijna altijd dezelfde. We noemen het de bereikbaarheidsparadox.

De paradox uitgelegd

Hoe meer leermateriaal je maakt, hoe minder ervan landt bij de groep die het 't hardst nodig heeft.

Dat klinkt onlogisch. Het wordt logisch zodra je kijkt naar de aanname onder de meeste leertrajecten: dat de medewerker actief naar de leerstof toe komt. Dat hij inlogt op het LMS, een module opent, doorklikt, en het tot zich neemt.

Voor een kantoorbedrijf in 2010 klopte die aanname. Voor de werkvloer van nu klopt hij steeds minder. Niet voor een chauffeur die acht uur op de weg zit. Niet voor een magazijnmedewerker die geen vast werkstation heeft. Niet voor de uitzendkracht die maandagochtend binnenkomt en geen tijd heeft voor een onboarding van drie uur. Niet voor de circa 2,2 miljoen werkende Nederlanders die functioneel laaggeletterd zijn (CBS/PIAAC, 2024). En niet voor de anderstaligen die jouw Nederlandse instructie niet doorploeteren.

Voor al die groepen geldt: pull werkt niet. Push wel.

Het paradoxale daaraan: je leersysteem is rijker dan ooit. Je doelgroep is verder weg dan ooit. Niet omdat zij minder willen leren, maar omdat we onszelf hebben aangeleerd dat goede content automatisch ergens landt. Dat doet hij niet. Goede content landt waar je hem brengt.

Hoe NL Verzuim de paradox aanpakte

NL Verzuim begeleidt organisaties bij verzuimaanpak. Hun trainingen voor casemanagers en leidinggevenden waren goed, maar Marcus Leguijt, Register Casemanager Verzuim, zag al langer iets onaangenaams gebeuren:

"Vaak zie je dat mensen met hun hoofd vol nieuw opgedane kennis de zaal verlaten. Deze kennis zakt echter heel snel weg. Daarom hebben wij gekozen voor gespreid leren via microlearning."

De diagnose is bijna 140 jaar oud. Hermann Ebbinghaus berekende in 1885 dat zonder herhaling meer dan de helft van wat je leert binnen drie dagen weer verdwenen is. Sindsdien is dat alleen maar bevestigd. Toch bestaat de gemiddelde corporate training nog steeds uit één dag zaalzitting plus een PDF voor later.

NL Verzuim deed het anders. In plaats van langere trainingen kozen ze voor kortere, vaker, gespreid over weken. Microlearnings van enkele minuten, op het moment dat de inhoud relevant werd voor het werk. Met interactieve elementen, omdat een passieve video net zo hard wegzakt als een passieve les.

Het resultaat dat Marcus benoemt:

"De interactieve elementen in LesLinq maken het leuk om de microlearning te doen en helpen om de deelnemers actief betrokken te houden."

Niet "ze hebben afgevinkt". Niet "ze hebben de certificaattest gehaald". Actief betrokken. Dat is wat je wilt.

Vier principes om de bereikbaarheidsparadox te doorbreken

Los van welke auteurstool je gebruikt, dit zijn de vier dingen die in de praktijk verschil maken.

1. Push, pull en meer

Stuur leerstof naar de medewerker, in plaats van te hopen dat hij hem komt halen.

Voor je vaste team werkt dat via e-mail of SMS bij start van de dienst. Voor onbekenden, contractors of uitzendkrachten via een QR-code op de werkvloer of bij de poort. Voor chauffeurs werkt dezelfde QR-code aan het loadingdock. Geen van die routes vraagt een LMS-account.

De crux: wie je niet kunt mailen, kun je nog wel sms'en. En wie geen SMS-bericht opent, kan een QR-code scannen. Er is geen werknemer in Nederland zonder smartphone in zijn broekzak.

2. In de eigen taal

De gemiddelde werkvloer in bouw, logistiek of maritiem is niet meer eentalig. Polen, Roemenen, Turken, Oekraïners. Daar bovenop die 2,2 miljoen Nederlanders die hun moedertaal niet vloeiend lezen.

Tot voor kort betekende meertalig leren: een vertaalbureau inschakelen, drie weken wachten, één taal toevoegen. Voor de tweede taal opnieuw. Onbetaalbaar voor de praktijk, dus bleef het bij Nederlands.

Automatische vertaling met voorleesfunctie zet die ratio om. Wat eerst onmogelijk was (alle medewerkers in hun eigen taal bedienen) is nu een aanvinkbox in je auteurstool.

3. Op het apparaat dat er al is

Smartphone. Niet een werklaptop, niet een desktop in de kantine. Geen tweede app, geen tweede inlog.

Wat de medewerker thuis al doet, WhatsAppen, Marktplaats, online bankieren, kan hij ook voor jouw content. Mits jij hem daar opzoekt.

Iedere extra installatie of registratie is een lek in je funnel. Eén lek per stap, en bij vijf stappen blijft er niets over. Dat is wiskunde, geen meningsverschil.

4. Met spreiding en herhaling

Eén lange training landt slechter dan vier korte over een maand. Dat is wat Ebbinghaus berekende en wat NL Verzuim in de praktijk inzet. Hetzelfde leerdoel, andere distributie, ander resultaat.

Voor L&D'ers betekent dat: korter ontwerpen is moeilijker dan langer ontwerpen, maar je krijgt er meer voor terug. Een microlearning van vier minuten die drie keer wordt gestuurd in een maand verankert meer dan een eenmalig uur.

Hoe wij dit hebben opgelost

We hebben de LesLinq-auteurstool vanuit deze vier principes opgebouwd. Niet als verzameling features, als gevolg van de analyse.

Daarom zitten SMS, QR-code en e-mail in dezelfde tool waar je je content maakt. Daarom is automatische vertaling in 30+ talen inclusief text-to-speech ingebouwd. Daarom heeft de medewerker geen app en geen login nodig. Daarom kun je content tussendoor updaten zonder leerlijnen opnieuw te bouwen, zodat herhaling geen herbouwen wordt.

Dat is niet hetzelfde als wat de meeste auteurstools doen. De meeste maken content en exporteren een SCORM-pakket waar jij daarna iets mee moet doen. LesLinq maakt content die ergens aankomt.

Je houdt overigens de keuze. Wil je toch je eigen LMS gebruiken als centrale leeromgeving? Dan exporteer je via SCORM, xAPI of HTML5. Distributie via LesLinq is een keuze, geen verplichting.

Meer weten?

Ben je benieuwd hoe dit concreet werkt? Plan een demo, dan laten we zien wat LesLinq voor jou kan betekenen.